Zodra de eerste sneeuw uit de hemel valt, lijkt het wel alsof heel mobiel Nederland tot stilstand komt. En dat is niet verwonderlijk ook, want rijden bij sneeuw zorgt veelal voor gevaarlijke situaties en verkeersongevallen. Auto’s die in de berm belanden, fietsers die onderuit gaan en treinen die uitvallen. Bij extreme sneeuwval, vaak gepaard met vorst, adviseert het KNMI dan ook niet voor niets om vooral niet de weg op te gaan.

Maar wat als je met deze gladheid toch de deur uit moet. Hoe kun je je dan zo goed mogelijk voorbereiden op deze winterse taferelen? Gebruik deze 5 tips om veilig te rijden bij sneeuw.

1. Kies voor winterbanden

In een aantal landen om ons heen als bijvoorbeeld Duitsland en Luxemburg zijn winterbanden verplicht. Mocht je in deze landen een aanrijding veroorzaken en de auto beschikt niet over de verplichte winterbanden, dan kun je als bestuurder persoonlijk (deels) aansprakelijk worden gesteld. Dat deze landen winterbanden verplicht stellen, bewijst al dat winterbanden wel degelijk helpen het verkeer veiliger te maken. Laat daarom op tijd winterbanden plaatsen. In de meeste gevallen is dit van oktober tot en met maart.

2. Houd afstand en pas je snelheid aan

Rijden bij sneeuw zorgt ervoor dat je een langere remweg nodig hebt om tot stilstand te komen. Zelfs driemaal zo lang wanneer je het vergelijkt met remmen onder normale omstandigheden. Het advies is dan ook om de afstand tot je voorligger minimaal drie keer groter te houden dan dat je gebruikelijk doet. Ongeacht of je nu in de bebouwde kom rijdt of op de snelweg. Zo heb je voldoende tijd om in te grijpen. Moet je toch plotseling remmen, probeer dan zoveel mogelijk op de motor af te remmen. Dit verkleint de kans dat de auto in een slip komt en onbestuurbaar wordt.

3. Goed zicht tijdens rijden bij sneeuw is cruciaal

Bij sneeuw en vorst moeten autoruiten extra schoon worden gehouden omdat het contrast van de omgeving slechter is dan bij mooi weer. Alles is immers wit. Dit betekent dat bij vertrek alle autoruiten ijs- en sneeuwvrij moeten zijn. Dus niet alleen een klein gedeelte van de voorruit, maar het gehele oppervlak plus alle andere ruiten. Om de autoruiten schoon te houden tijdens het rijden, zorg je ervoor dat je beschikt over voldoende vriesbestendige ruitenwisservloeistof. Controleer dit dus voordat je wegrijdt.

Vergeet ook niet om tijdens het autorijden de ventilatie op de hoogste en warmste stand te zetten om condens op de voorruit te voorkomen. Ruiten beslaan onder deze condities extra snel wat het zicht ontneemt. Zorg er trouwens ook voor dat andere weggebruikers jou zien. Zet daarom bij slecht weer je dimlichten aan waardoor je extra goed opvalt.

4. Houd de radio aan tijdens het autorijden

Als je eenmaal op de weg zit, is het goed om te weten wat er in het verkeer gebeurt. Houd de radio aan tijdens het autorijden waardoor je op de hoogte bent van gevaarlijke situaties en files. Zet het volume niet te hard waardoor je het geluid van de auto en de weg nog goed kunt horen. Vaak zijn deze geluiden vaak de eerste signalen dat er iets aan de hand is. Bovendien kun je je beter concentreren op het besturen van de auto.

5. Je auto veilig parkeren

Ben je eenmaal op je bestemming aangekomen, parkeer je auto op een veilige plek en die het minst onderhevig is aan het weer. Kies voor een parkeerplek die niet grenst aan een weg of fietspad, want ook al bestuur jijzelf niet meer de auto, de kans dat een ander per ongeluk tegen je auto aanrijdt (en dus schade moet melden) met dit winterse weer is nog steeds aanwezig. Is er een mogelijkheid om de auto te parkeren naast een gebouw? Zet dan je auto zo dicht mogelijk bij de muur want de stralingswarmte zorgt ervoor dat je auto minder snel bevriest.

Tot slot, zet bij vorst de auto niet op de handrem. Deze kan bevriezen waardoor je de volgende dag niet wegkomt. De auto in de versnelling zetten is dan verstandiger.

 

14 december 2017